De auteur heeft het over zijn vak, zijn moeilijke bestaan, de invloed van het katholicisme in de stad, het vermaak en de vrijetijdsbesteding van het volk, het klimaat. Hij getuigt echter ook van belangrijke historische feiten, van gewapende conflicten, van het feit dat de oude provincies van de Spaanse Nederlanden onder het Franse bewind terechtkwamen. Hij houdt niet van Lodewijk XIV en zijn troepen die de Vlaamse en Henegouwse boeren uitbuiten in plaats van Wenen te hulp te snellen dat door de Turken werd belegerd. Hij heeft aandacht voor de handel en wandel van de prins van Oranje in wie hij heimelijk zijn hoop stelt.
|