|
Kader
Naast de reeks Akten der Belgische Vorsten wordt een nieuwe reeks uitgegeven, getiteld Regesten van de Akten der Belgische Vorsten.
Aanvangsdata voor de publicatie van de akten in de vorm van regesten
Rekening houdend met de aanzienlijke aangroei van het aantal akten vanaf zekere perioden volgens de verschillende vorstendommen, de belangrijke financiële lasten die hun volledige uitgave met zich brengt, evenals met het feit dat veel van die akten reeds zijn gepubliceerd, worden regesten uitgegeven vanaf 1205 voor het graafschap Vlaanderen en het graafschap Henegouwen, 1261 voor het hertogdom Brabant, 1229 voor het prinsbisdorn Luik, 1263 voor het graafschap Namen, enz.
Volgorde der regesten
Ieder regest draagt een rangnummer (in Arabische cijfers).
De regesten worden uitgegeven in chronologische volgorde volgens de huidige kalender (dag, maand, jaar). De datering in de akte wordt volledig weergegeven.
Ontbrekende of onvolledige data worden zoveel mogelijk berekend of hersteld en de aldus bekomen elementen worden tussen vierkante haakjes geplaatst.
Voor de andere punten betreffende datering en chronologische ordening zie men nrs. 31 tot 37 van de Voorschriften bij het uitgeven van geschiedkundige teksten (Brussel 1955), uitgegeven door de Koninklijke Commissie voor Geschiedeni.
Het eigenlijke regest
Het eigenlijke regest bevat minstens volgende elementen:
- de aard van de akte (gift, ruil, enz.);
- de bestemmelingen en/of begunstigden;
- het voorwerp van de akte.
De persoons- en plaatsnamen opgenomen in het regest worden zoveel mogelijk in hun huidige vorm vermeld; in geval van twijfel wordt de oude vorm geciteerd en het probleem dat hij oproept in noot onderzocht.
Het regest vermeldt de kwalificaties, titels en functies van de personen voor zover zij bijdragen tot hun identificatie.
Het regest ontleent geen passussen aan de akte, tenzij uitzonderlijk een of andere bijzondere bepaling of zekere moeilijk te identificeren woorden of wendingen.
Deze worden letterlijk weergegeven.
Uitwendige vormen en overlevering der akte
Kanselarij subscripties worden vermeld, evenals de namen van de getuigen en van ambtenaren betrokken bij het opmaken van de akte, onmiddellijk onderaan het regest.
Er wordt gepreciseerd of de akte bewaard is in origineel, ontwerp, minuut of afschrift(en). Taal (Fr., N., L.), schrijfstof (met vorm en afmetingen), zegels (met hun staat en aanhechtingswijze) en staat van bewaring van de akte worden vermeld. De zegeltypen worden in de inleiding beschreven. Volledige inlichtingen betreffende de overleveringsstadia zijn niet vereist.
De plaats van bewaring van de akte wordt aangegeven.
Voor deperdita, gevidimeerde akten en ingelaste akten gelden nrs. 31 en 33 van de Voorschriften.
Onechte of verdachte akten maken het voorwerp uit van een verklarende noot en hun volgnummer wordt voorzien van een sterretje (zie Voorschriften nr. 32).
Dorsale en archivistische notities worden niet geciteerd.
Alle uitgaven van een akte worden vermeld. Voor akten die dagtekenen van vóór 1350 volstaat een, eventueel aangevulde, verwijzing naar de Table chronologiquevan Wauters.
Enkele algemene voorschriften
Alleen regesten van de akten betreffende het gebied, dat de Zuidelijke Nederlanden en het Prinsbisdom Luik omvatte, worden in de verzameling opgenomen. Regesten van de akten van een vorst, die betrekking hebben op gronden en andere goederen gelegen buiten zijn vorstendom, maar binnen de grenzen van genoemd gebied, worden onder de regesten van die vorst opgenomen (Cf. Voorschriften voor het uitgeven van historische teksten en van de Akten der Belgische vorsten, 1940, p. 9). Akten bestemd voor vreemdelingen en/of betreffende gronden en andere goederen gelegen buiten genoemd gebied mogen alleen worden opgenomen met toestemming van de Commissie.
De akten uitgevaardigd tijdens een regentschap, een sede vacante of tijdens de afwezigheid van de vorst, dienen ontleed te worden zoals zijn eigen akten (Cf. B.C.R.H., 1901, p. XXIII, en 1910, p. XXIX).
De auteur van een regestenverzameling zal in de inleiding, na een overzicht van de voornaamste gebeurtenissen in het leven en tijdens de regering van de vorst, de nodige uitleg verschaffen over het voorwerp en de chronologische grenzen van zijn verzameling, over de voorwaarden waarin hij zijn opzoekingen heeft verricht, over de gevolgde methode, over de geraadpleegde archieffondsen, en algemene opmerkingen formuleren over de diplomatische, chronologische en sigillografische bijzonderheden van de ontlede akten.
Voor de schikking van het geheel van de elementen van het regest zal de auteur zich nuttig door volgende voorbeelden laten leiden:
65. - Orchies, 20 oktober 1251
Toelating gegeven aan de schepenen van Gent om een kanaal te graven van Sluis (Sclusa) stroomafwaarts van Slepeldamme naar Gent, onder de volgende voorwaarden: 1 dit kanaal mag geen zijarmen hebben bestemd voor de waterafloop of het uitvaren van schepen; 2. langs dit kanaal mag geen opslagplaats van koopwaren (estaple) opgericht worden en mogen geen ladingen gelost worden; 3. de jurisdictie over dit kanaal en zijn oevers behoort toe deels aan de gravin en deels aan de steden Gent en Aardenburg (Rodenburgh).
Getuigen: Egidius de Breedene, Guilielmus de Boudelo, Balduinus de Somerghem.
Apud Orchies anno Domini MCCL primo feria sexta post beati Luce, ewangeliste.
ORIGINEEL. - L. - Perkament (H. 182 mm; B. 240 mm). - Zegel (type 4) en tegenzegel (type 7) in wit was hangend aan dubbele staart van perkament. - Geschrift onderaan links moeilijk leesbaar wegens vochtigheid, nr. 67. UITG.: zie A. WAUTERS, Table chronologique, t. V, 1877, p. 16.
130. - Male, 10 maart 1341.
Goedkeuring van de oprichting van een klooster te Gent op de plaats genaamd de Wal (que on appielle le Wal en flamenc) verleend aan Simon de Mirabello, gezegd van Halen, ridder, heer van Perwez (Pereweiz) en aan zijn echtgenote Isabella, natuurlijke zuster van de graaf, met amortisatie van de goederen en renten, die aan de nieuwe stichting als dotatie geschonken werden.
Getuigen (op de plica): Machelin de Saint Bavon, Thumas de Varnewijc, le signeur de Praet, monsigneur Gossuin dou Mour, Symon ser Thumas et Bauduin Mayekin et signeur Willaume le Boeme. [Getekend:] Tournay. Donnee a Male le disime jour dou moys de mars l'an de grace mil trois centz et quarante.
ORIGINEEL, met vergulde beginletter E. - Fr. - Perkament (H. 284 mm, B. 592 mm, H. plica 32 mm). - Zegel verdwenen, vroeger in rood was aan groene zijden staart. - Rijksarchief te Gent, Abdij van Groenenbriel, charters, nr. o.i.
UITG.: V. VAN DER HAEGHEN, Het klooster Ten Walle ende abdij van den Groenen Briel. Stukken en oorkonden, Gent, 1888, bl. 34?37. - DE GHELLINCK, Chartes et documents concernant la famille van Vaernewijck, dl.I, Gent, 1899, bl. 132.
|